De ziekenhuisapotheek zorgt ervoor dat patiënten van het St. Elisabeth ziekenhuis de juiste medicijnen krijgen voorgeschreven. Daarvoor brengen ze bij de opname van de patiënt in kaart welke medicatie thuis wordt gebruikt. Aan de hand van de diagnose van de arts bepalen ze vervolgens welke medicatie moet worden voorgeschreven. De medewerkers van de ziekenhuisapotheek zien standaard alle chirurgische patiënten die langer dan een nacht in het ziekenhuis liggen, de patiënten van de Spoed Eisende Hulp en de patiënten van de long- en cardio-afdeling. De focus is gericht op patiënten die 70 jaar of ouder zijn en zeven of meer verschillende medicijnen gebruiken.
On wheels
Per 1 maart 2013 is de afdeling Farmacotherapie en Informatie VOorziening (FIVO) van de ziekenhuisapotheek opgesplitst in een zogenoemde “backoffice” en “frontoffice” team. De apothekersassistenten van de “backoffice” blijven vooral werkzaam op de afdeling van de ziekenhuisapotheek zelf voor de medicatiebewaking en oplossen van diverse therapie en andere medicatiegerelateerde problemen. De apothekersassistenten en farmaceutisch consulenten van de “frontoffice” gaan actief de verpleegafdeling en de afdeling Spoed Eisende Hulp op voor opname- en ontslaggesprekken. “Om het de patiënten zo makkelijk mogelijk te maken, nemen we sinds september 2011 de gesprekken op de verpleegafdelingen zelf af,” vertelt teamleider Marlies Wijnen. “Met onze computer on wheels gaan we naar de patiënten toe.”
Veiligheid
“Het is voor de veiligheid van de patiënt heel belangrijk dat we een goed beeld hebben van het medicijngebruik. Daarom vraagt zowel de verpleegkundige als de arts aan de patiënt welke medicijnen er thuis worden gebruikt”, vertelt teamleider Marlies Wijnen. “Als wij vanuit de ziekenhuisapotheek die vraag dan ook nog eens aan de patiënt komen stellen reageren ze soms met ‘je bent al de derde die het vraagt’. Dan proberen we altijd zo goed mogelijk uit te leggen hoe we werken en dat het ziekenhuis voor maximale veiligheid gaat voor elke patiënt en dat we alles zo vaak checken. Je wilt in medicijnvoorschriften liever geen foutjes maken.”
Familie
“Wanneer de patiënten weer naar huis gaan, willen we dat ze het juiste medicatieoverzicht meekrijgen”, vervolgt Marlies. “We bieden de patiënten daarom zo veel mogelijk een ontslaggesprek aan. Daarin leggen we duidelijk de ontslagmedicatie uit: hoe ze die de thuissituatie na ontslag moeten gebruiken en voor hoelang, en we geven hen tips. Vooral oudere mensen vinden het vaak lastig om alle informatie die ze bij een ziekenhuisbezoek krijgen te onthouden. Daarom leggen we het verhaal vaak ook nog eens uit aan de familie. Beter twee keer verteld dan een keer te weinig.”